Skip to content

Cochleaire implantaten

Functioneel revalidatieprogramma voor kinderen en volwassenen met cochleair(e) implantaat(en)
Het programma “D5-e” of “D5-a” is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar en volwassenen met een cochleair implantaat. Alle patiënten die voor dit programma in aanmerking komen, hebben één of twee cochleaire implantaten (monauraal of binauraal) of bevinden zich in de pre-implantatiefase.
Een cochleair implantaat bestaat uit twee delen:
(1) het interne deel bestaat uit een behuizing en een elektrodebundel die door een KNO-arts gespecialiseerd in cochleaire implantaten chirurgisch in de trommelvlieskanaal wordt ingebracht om de zenuwvezels rechtstreeks te stimuleren. De operatie wordt uitgevoerd onder controle van de gezichtszenuw en is erop gericht het resterende gehoor zoveel mogelijk te behouden.
(2) De spraakprocessor moet worden geprogrammeerd door ons team van audiologen.
 
De cochleaire implantatie is slechts de eerste stap in een langdurig functioneel revalidatieproces, dat essentieel is om een optimaal gebruik van het implantaat te garanderen.
De behandeling is gebaseerd op een multidisciplinaire aanpak, waarbij zowel voor als na de implantatie rekening wordt gehouden met medische, audiologische, logopedische, psychosociale en administratieve aspecten.
Deze opvolging is aangepast aan de specifieke behoeften van zowel kinderen als volwassenen en houdt rekening met verschillen in auditieve en cognitieve ontwikkeling en met eventuele comorbiditeiten, om de voordelen van het implantaat te optimaliseren en een betere integratie in de auditieve en sociale omgeving te bevorderen.
 
 
Doelstellingen:
Begeleiding voor en na de implantatie: voorbereiding van de patiënt en zijn familie, regelmatige opvolging en psychosociale ondersteuning.
Optimalisatie van de prestaties van de implantaten: regelmatige afstellingen, vervanging van materiaal en beheer van storingen.
Coördinatie met ziekenhuizen: organisatie van medische en audiologische afspraken.
Betrokkenheid van naasten en de omgeving: bewustmaking van de uitdagingen waarmee patiënten worden geconfronteerd en voortdurende ondersteuning om hun sociale en schoolse integratie te bevorderen.
Werken aan de waarnemingsniveaus: er moet aan vier waarnemingsniveaus van het gehoor worden gewerkt:
detectie: de patiënt moet beoordelen of er steeds zwakkere of steeds minder bekende prikkels aanwezig zijn.
Onderscheiden: het vermogen om overeenkomsten en verschillen tussen twee geluiden waar te nemen: een woord van één lettergreep versus een woord van vier lettergrepen – onderscheiden van geluiden die op elkaar lijken.
Identificatie: een gehoorde stimulus herhalen of aanwijzen.
Begrip: laatste en cognitieve fase van de waarneming.
Auditieve training na implantatie bestaat uit het herhaaldelijk doorlopen van deze verschillende fasen.